Helderheid over Hersenverandering bij sociale angststoornis

C.F.M. van Hooijdonk - wetenschapsredacteur

Hersengebieden, zoals de amygdala, hippocampus en het corpus striatum, spelen een rol bij het verwerken van angst. Bij sociale-angststoornissen zijn er mogelijk structurele veranderingen in deze hersengebieden, maar eerdere bevindingen hierover zijn tegenstrijdig. Groenewold en collega’s brengen met een mega-analyse orde aan in deze chaos en publiceerden hun resultaten in Molecular Psychiatry.1

De onderzoekers verzamelden voor deze mega-analyse (waarbij men ruwe data van verschillende studies of – in dit geval – deelnemende onderzoeksinstellingen verzamelt) structurele MRI-scans van 1115 patiënten met een sociale-angststoornis (61,5% vrouw; gemiddelde leeftijd: 26,9 jaar (SD: 12,3)) en 2775 controlepersonen (55,2% vrouw; gemiddelde leeftijd: 31,9 jaar (SD: 15,6)) en vergeleken de volumes van subcorticale hersengebieden. Er werden subtiele veranderingen gevonden in beide hersenhelften bij patiënten met een sociale-angststoornis, met kleinere putamen- en grotere pallidumvolumes. De aanwezigheid van andere angst- of depressieve stoornissen bleek gepaard te gaan met kleinere amygdalavolumes in de linker hersenhelft. Het ontstaan van de sociale-angststoornis vroeg in de kindertijd was geassocieerd met kleinere hippocampusvolumes in de rechter hersenhelft.

Deze mega-analyse laat zien dat er subtiele, maar duidelijke veranderingen aanwezig zijn in verschillende hersenstructuren bij patiënten met een sociale-angststoornis. Uit prospectief vervolgonderzoek zal moeten blijken of deze verminderen na remissie of juist verergeren als de symptomen chronisch worden.

volledig artikel: Tijdschrift voor psychiatrie mei 2023

25 mei, 2023