Gevaarlijk of hulpbehoevend? Professionele oordelen over personen met onbegrepen gedrag

S.A.J. de Bont-van der Zande, C.L.M. Witteman, K.P. Grootens, P.T. van der Heijden

Doel:

Onderzoeken van de eerste inschatting door politiemedewerkers en ggz-hulpverleners van een persoon met onbegrepen gedrag in de openbare ruimte.

Aan politiemedewerkers (n = 53) en ggz-hulpverleners (n = 78) werd beeldmateriaal getoond van een persoon in een park met geagiteerd, hallucinatoir en onvoorspelbaar gedrag. Aan beide groepen werd gevraagd op een onlineplatform een aantal vragen te beantwoorden over deze persoon.

Resultaten

Beide groepen professionals beslisten dat zij inzet van de ggz passender vonden dan inzet van de politie. Ook schatten beide groepen de persoon in als meer hulpbehoevend dan gevaarlijk. Er waren geen verschillen tussen de groepen.

Conclusie

Politiemedewerkers en zorgverleners zitten op één lijn wat betreft hun eerste inschatting van de door ons uitgebeelde persoon met onbegrepen gedrag. Er worden aanbevelingen gedaan voor de praktijk en voor verder onderzoek.

De resultaten uit onze studie zijn bemoedigend: zowel politiemedewerkers als zorgprofessionals beslissen vooral tot inzet van de ggz (het IHT) voor de door ons uitgebeelde persoon met onbegrepen gedrag. Hoe het komt dat veel personen met onbegrepen gedrag niet bij de ggz terechtkomen, is een volgende interessante vraag. De gepercipieerde noodzaak aan zorg kan per persoon en situatie erg verschillen en ons zorglandschap is behoorlijk versnipperd. Mogelijk wordt de politie, die één ingang heeft, hierdoor in de praktijk meer belast dan terecht is. Verdere verbetering van de samenwerking in de keten in het algemeen én tussen politie en ggz in de dagelijkse praktijk is aan te bevelen. Om handelingsverlegenheid van de politie in de omgang met personen met onbegrepen gedrag te voorkomen, is het daarbij ook wenselijk om vanuit de ggz ondersteuning te bieden bij het vergroten van hun kennis over psychische aandoeningen en de-escalerend werken.