Contact vvp

Nieuws

Zorgvuldige euthanasie?

01
dec

Hoe ga je om met een euthanasieverzoek in psychiatrie binnen het huidig wettelijk kader? De VVP lanceert een adviestekst.

De VVP maakt met deze zorgvuldigheidsvereisten de wettelijke bepalingen van de euthanasiewet concreet voor psychiatrische aandoeningen en voegt er een aantal elementen aan toe. Psychiaters die op een zorgvuldige manier met een euthanasieverzoek willen omgaan, hebben hiermee een concrete, breed gedragen leidraad in handen.

De VVP lanceert haar adviestekst met zorgvuldigheidscriteria op een moment dat het debat over euthanasie bij patiënten met een psychiatrische aandoening volop woedt. VVP-voorzitter Frieda Matthys benadrukt echter dat de tekst geen ideologisch standpunt wil innemen. “Onze adviestekst gaat niet in op de vraag of euthanasie omwille van ondraaglijk psychisch lijden thuishoort in de wet. Wél spreken we ons als beroepsgroep uit over wat zorgvuldig handelen bij een euthanasieverzoek bij ondraaglijk psychisch lijden betekent. Zo hebben alle collega-psychiaters die op een of andere manier betrokken zijn bij een zo’n verzoek, iets concreet in handen.”

Twee psychiaters

Psychiater en LEIF- arts Koen Titeca leidde samen met psychiater Joris Vandenberghe de werkgroep en twee feedbackgroepen waarin de adviestekst vorm kreeg. Koen Titeca: “Onze adviestekst formuleert zorgvuldigheidscriteria op basis van de huidige Belgische euthanasiewet. Meestal lukte dat door te interpreteren en concreet te maken wat de wet al voorschrijft. Desalniettemin adviseren we in de tekst om minimaal twee psychiaters te betrekken in het evaluatieproces. De wet schrijft minimaal één psychiater voor. Daarnaast vinden we dat er twee positieve adviezen moeten zijn voor er wordt overgegaan tot euthanasie, waar de wet het simpelweg heeft over twee adviezen.”

Procesbeoordeling

De VVP pleit in haar tekst voor een grondige beoordeling van een euthanasieverzoek. “Het gaat niet om een moment-, maar om een procesbeoordeling,” verduidelijkt Titeca. “Meer concreet gaat het bij de vraag naar euthanasie over de evaluatie van een uitgebreide voorgeschiedenis van noodzakelijke en correct gevolgde behandelingen. De wet voorziet een wachttijd van minimaal één maand na het neergeschreven verzoek. In de praktijk dienen we het ontstaan en de evolutie van de vraag te exploreren en dat vraagt veel meer tijd dan die minimale wachttijd. Wanneer sprak de patiënt voor de eerste keer over euthanasie? Hoe is deze vraag ontstaan en hoe heeft deze verder vorm gekregen? Wie is er allemaal betrokken bij deze vraag? Heeft de patiënt over zijn doodsverlangen gesproken met verschillende hulpverleners? Heeft hij in voldoende mate en gedurende langere tijd alle relevante feiten en omstandigheden overwogen? Heeft hij zijn lijden afgewogen tegenover de aspecten van zijn leven die hij nog waardevol vindt? Hoe heeft het doodsverlangen zich ontwikkeld?”

Wat is uitzichtloos?

Daarnaast concretiseert de tekst enkele cruciale concepten in de beoordeling van een euthanasieverzoek. Wanneer is iets medisch uitzichtloos en ondraaglijk in een psychiatrische context? Wat is een ‘redelijk behandelperspectief? In welke mate moeten familie of andere belangrijke naasten betrokken worden? Voor die uitwerking baseerde de VVP zich op een bestaande Nederlandse richtlijn. Medeauteur Joris Vandenberghe: “De Nederlanders maakten al enkele jaren vóór ons dezelfde oefening, op een zeer grondige manier. Hun richtlijn ‘https://www.nvvp.net/website/onderwerpen/detail/euthanasie Verzoek om hulp bij zelfdoding door patiënten met een psychiatrische stoornis’ was voor ons van grote waarde.

Tweesporenbeleid

Cruciaal in de Vlaamse adviestekst is volgens Vandenberghe een continue gerichtheid op de dood én het leven. “We moeten absoluut vermijden dat een patiënt niet meer in therapeutische opvolging is tijdens de evaluatie van zijn of haar euthanasieverzoek. Elke herstelkans moet worden gegrepen. Dat blijvende behandelspoor kan ook de druk wegnemen bij de psychiater(s) die het euthanasieverzoek moet(en) beoordelen. Stel bijvoorbeeld dat een patiënt acuut suïcidaal is. Er mag vanuit die risicovolle situatie geen ‘druk’ ontstaan om het euthanasieverzoek in te willigen, om erger te vermijden.”

De adviestekst nodigt psychiaters tot slot uit om een euthanasievraag niet uit de weg te gaan. Vandenberghe: “Kijk wat zo’n vraag betekent. Vaak betekent die vraag niet noodzakelijk dat de patiënt dood wil. Hij of zij wil alleen niet meer verder leven op een bepaalde manier. Een euthanasievraag is dus zeker ook een hulpvraag. Je hoeft als psychiater geen voorstander van euthanasie te zijn om die hulpvraag ter harte te nemen.”

De volledige adviestekst lees je hier.

 

VVP web • Leuvensesteenweg 517 • B-3070 Kortenberg • Tel: 02 758 08 14 • GSM: 0498 54 37 05 • Fax: 02 759 98 78 • info@vvp-online.be