Contact vvp

Nieuws

Specialistenkrant over DSM-5 herfstcongres.

29
nov

Vervangen neurofysiologische testen in de toekomst psychiatrische diagnose?

Tijdens het afgelopen herfstcongres van de Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie werd de DSM-V grondig doorgelicht vanuit filosofisch, theoretisch en praktisch standpunt. Een interessante discussie ging over de plaats van onderzoeksresultaten uit de neurowetenschappen en genetica die momenteel de psychiatrische diagnostiek binnendringen. Vormen ze een bedreiging voor de psychiatrie?

Psychiaters zullen binnen tien tot twintig jaar gebruik kunnen maken van neurofysiologische informatie verkregen uit fMRI, bloedtesten naar proteïnen of genetische varianten van de patiënt om de diagnose en behandeling van psychiatrische aandoeningen te ondersteunen. Zo liet Nick Craddock, professor in de psychiatrie aan de universiteit van Cardiff, weten aan de aanwezige artsen en psychiaters. “Neuro – fysiologische labotesten zullen weliswaar de traditionele anamnese niet vervangen om de individuele ziektegeschiedenis van de patiënt te achterhalen en diens mentale toestand vast te stellen. Toch vormen zulke tests wél een belangrijke aanvulling”, liet hij verstaan. Die niet te miskennen boodschap weerklonk meermaals tijdens het verdere verloop van het congres.

Genetica van geestesziekte

Recent werden een groot aantal vaak voorkomende genetische varianten gevonden die in verband kunnen worden gebracht met mentale aandoeningen. Het zou weliswaar om een mild verband gaan: men denkt dat het risico op het ontwikkelen van een geestesziekte met 15% zou toenemen bij de dragers van elk van die genetische varianten. Als een patiënt echter drager is van meerdere varianten, zou dat risico niettemin substantieel vergroten. De geïdentificeerde genetische varianten blijken weliswaar weinig specifiek voor een bepaalde mentale aandoening. Niettemin denkt Craddock dat we te maken hebben met een belangrijke evolutie in het onderzoek naar mentale aandoeningen: “Als geweten is welke genen betrokken zijn, kan worden gekeken naar de eiwitten die deze genen synthetiseren. Dat zijn dan meteen ook de eiwitten die een rol kunnen spelen in bepaalde psychopathologieën. De kennis die daaruit voortvloeit, kan een aangrijpingspunt zijn voor een gericht medicinaal ingrijpen of een gerichte psychotherapie.” Craddock meent echter ook dat het interessanter is om de biochemische paden te onderzoeken die geen genetische variaties bevatten. Wellicht zijn dat immers de belangrijke paden die bij veel patiënten voorkomen.

Onwetenschappelijk

Het belangrijkste verwijt aan het adres van de DSM-V is dat de verschillende classificaties van mentale stoornissen eerder aan de vergadertafel zijn ontstaan dan dat ze gebaseerd zijn op gegevens op basis van wetenschappelijk onderzoek. De DSM-V zou daarom onwetenschappelijk zijn, luidt de kritiek. Volgens wetenschapsfilosoof en -socioloog Trudy Dehue (Rijksuniversiteit Groningen) is dat echter ook het geval voor andere wetenschappelijke disciplines: “Veel feitelijke uitspraken zijn aanvankelijk gebaseerd op afspraken. Definities spelen bijvoorbeeld ook een belangrijke rol bij somatische ziektes. Denk bijvoorbeeld aan de voortdurende herdefiniëring van parameters om de diagnose voor deze of gene ziekte te krijgen.” Dehue heeft zeker een punt als ze zegt dat ook andere wetenschappelijke disciplines afspraken en definities hanteren die berusten op consensus. De data verkregen uit studies naar DSM- categorieën zijn echter van een andere aard dan data uit onderzoek in andere wetenschappelijke disciplines. Het eigen aanvoelen, de ervaring en zelfs de ideeën, hypotheses of aannames van de onderzoeker en de arts die later met deze data aan de slag gaat, spelen een naar verhouding belangrijkere rol in het tot stand komen van afspraken. Er is dus veel ruimte voor persoonlijke interpretatie, ook in het gebruik van de DSM. Exemplarisch daarbij is de willekeurigheid van de diagnosestelling wanneer verschillende psychiaters zich over een enkele patiënt buigen. Dat maakt dat het verwijt van onwetenschappelijkheid toch niet geheel onterecht is.

(Verscheen in De Specialistenkrant op vrijdag 29/11)

VVP web • Leuvensesteenweg 517 • B-3070 Kortenberg • Tel: 02 758 08 14 • GSM: 0498 54 37 05 • Fax: 02 759 98 78 • info@vvp-online.be