Contact vvp

Nieuws

VVP-VVK lentecongres is succes!

10
mrt

Op 8 maart wisselden 250 kinder-, jeugd- en volwassenpsychiaters een dag lang ervaringen en kennis uit. Thema van de dag: Psychiatrie van klein naar groot.

Een geschiktere locatie voor het gezamenlijke congres was moeilijk in te denken. Het Lamot-congresgebouw weerspiegelde helemaal wat de psychiatrie anno 2013 wil zijn: een open, licht huis, waar de verschillende onderdelen naadloos in elkaar overvloeien. De eerste bedoeling van de congresdag ‘psychiatrie van klein naar groot’ was dan ook samenwerking. De volwassenpsychiatrie en kinder- en jeugdpsychiatrie hebben elk hun eigen structuren, vaak los van elkaar. Soms zorgt dat ervoor dat mensen die de overstap van het ene naar het andere systeem willen zetten, de weg kwijtraken. Meer integratie dringt zich m.a.w. op. De succesvolle gezamenlijke congresdag in Mechelen, betekende alvast een stap in de goede richting.

Identiteit
“Wat is de identiteit van ‘de psychiater’?”. In de inleiding tot de lezingen kwam VVP voorzitter Geert Dom meteen ter zake. Hij nodigde iedereen uit naar Nederland te kijken. “Onrustwekkende evoluties tekenen zich af bij onze Noorderburen. De overheid bespaart er drastisch in de gezondheidszorg. Dat dwingt onze Nederlandse collega’s om na te denken over wat hun kerntaken (moeten) zijn”, verklaarde Dom. “Hoewel het bij ons (nog?) niet zo’n vaart loopt, kan ook de Vlaamse Psychiatrie leren uit een grondig identiteitsdebat”, zei hij voor een volle aula. “Een van de thema’s die in dit identiteitsdebat aan bod moet komen, is betere samenwerking tussen de verschillende GGZ-actoren, en meer specifiek tussen jeugd-, kinder- en volwassenpsychiatrie. Het VVP-VVK lentecongres moet een belangrijke eerste stap in die nauwere samenwerking worden”, besloot hij.

Hoopvol
VVK voorzitster Sofie Crommen wenste vooraf dat het congres meer zou betekenen dan elkaar alleen wat ‘besnuffelen’: “Ik hoop echt dat we de handen in elkaar kunnen slaan vandaag. Een betere afstemming is in ieders belang”. Behalve onze twee voorzitters lieten ook vele deelnemers zich vooraf hoopvol uit over de dag: Dr. Geraldine Einfiner: “Wat een nuttig initiatief, dit gezamenlijk congres! Meer samenwerking tussen beide takken is geen overbodige luxe. Kinderpsychiaters hebben tijdens hun opleiding wel een traject in de volwassenpsychiatrie doorlopen, maar andersom is dit meestal niet het geval. We moeten ook vermijden dat de continuïteit van zorg doorbroken wordt als jongvolwassenen, omwille van hun leeftijd, de stap naar de volwassenpsychiatrie proberen te zetten”

Nauw verbonden
Dat kinder- en volwassenenpsychiatrie nauw met elkaar verbonden zijn, kwam naar voren in bijna alle lezingen. Al tijdens de eerste lezing van Prof. Dr. Claes bleek hoe bepalend gebeurtenissen in het jonge leven kunnen zijn voor het functioneren in het latere leven. In zijn uiteenzetting rond epigenetica –een vrij recente onderzoeksdomein in de psychiatrie - beklemtoonde Claes dat een vroeg trauma (tot prenataal trauma toe) tot blijvende schade in ons biologisch stress-responssysteem kan leiden, wat dan weer resulteert in een verhoogde kwetsbaarheid voor psychische problemen in ons later leven. Preventie (uiteraard) en gedragsinterventies leken Claes de meest aangewezen behandelingsopties. Voor medicatie is het volgens hem nog te vroeg. Hoewel het epigenetica- onderzoek nog in zijn kinderschoenen staat, lijken de bevindingen van Claes veelbelovend om het nurture- nature debat beter te begrijpen.

Ook in de tweede lezing bleek de verstrengeling tussen jong en oud. Prof. Dr. Danckaerts, die sprak over ADHD, toonde op overtuigende wijze aan dat ADHD de ontwikkelingsuitkomst van kinderen hypothekeert, vooral wat psychiatrische outcome betreft. Aan de andere kant toont longitudinaal onderzoek evengoed een vermindering van de kernsymptomatologie van ADHD met de leeftijd aan. Ondanks een reële afname van de prevalentie tussen kindertijd en adolescentie worden op volwassen leeftijd opnieuw hoge prevalenties gevonden. Die hangen samen met de verandering in methodologie van het assessment (zelfrapportage) enerzijds en met nieuwe genetische invloeden die in werking treden later in de ontwikkeling anderzijds. ADHD op volwassen leeftijd is dus niet noodzakelijk dezelfde pathologie als op kinderleeftijd. Danckaerts benadrukte vooral het belang van de real time neurologische ontwikkelingscomponent die aanwezig is op kinderleeftijd: intensieve therapeutische interventies (farmacologische en niet-farmacologische) kunnen het ontwikkelingspotentieel van de hersenen rechtstreeks beïnvloeden. Hoe dan ook lijkt een gedegen kennis over (gevolgen van) ADHD in de volwassenenpsychiatrie nuttig om bepaalde outcome- resultaten bij volwassen patiënten beter te kunnen duiden. Danckaerts gaf nog mee dat aan de KU Leuven een samenwerkingsverband loopt tussen psychiaters en psychologen, die werken met patiënten van jong tot oud.

Ouders met een stoornis (en hun kinderen)
Na de pauze met koffie, lekkere gebakjes en gezellige gesprekken, betrad Prof. Dr. Lemmens het spreekgestoelte. Lemmens sprak over hoe psychiatrische problemen in families de kinderen in die families kwetsbaarder maken voor geestelijke aandoeningen. Hij legde uit hoe alcoholmisbruik, bipolariteit, depressie en misbruik in een gezin als ‘central organising principle’ gaan fungeren en hoe de kwetsbaarheid van kinderen in dergelijke gezinnen toeneemt. Lemmens sprak wel enkel over ‘een verhoogd risico’ en benadrukte dat je geen specifieke link kan leggen tussen bepaalde gezinssituaties en psychiatrische stoornissen bij de kinderen later. “Zo duidelijk kunnen we de vinger er niet op leggen”, vatte hij samen. Bovendien spelen ook je genen spelen een rol. Ze kunnen je kwetsbaarder maken of net  beschermend werken. Als behandelingsoptie schoof Lemmens gezinstherapie naar voren: volledig evidence- based. Daarbij benadrukte hij het belang van betrokkenheid van de ouders. Een gezinsysteem is vaak zo’n complex web van interactiesystemen dat alle familieleden, jong én oud betrokken moeten worden, wil je maximaal resultaat boeken. “Dat is vandaag nog te weinig het geval”, eindigde Lemmens. 

Middagpauze. Dikke drommen mensen schuifelden druk converserend de aula uit, op zoek naar een lekker broodje zalm of prepare. De verse quiche viel erg in de smaak. Mensen praatten druk na over de voormiddaglezingen, en blikten vooruit naar het volgende deel. Voor een hoop artsen betekende dit congres ook een blij weerzien van collega’s die elkaar in de loop der jaren uit het oog verloren. Dr. Dobbelaere: “Wat ik zo leuk vind aan vandaag, behalve de interessante lezingen, is de kans om mensen waarmee je samen gestudeerd hebt nog eens te ontmoeten”

Veel blijvers na de middag
Bij de start van het namiddagdeel viel op hoeveel mensen er nog in de zaal zaten, ondanks de vroege lente-opstoot buiten. In haar openingswoord bedankte de eerste namiddagspreker Dr. Corine Faché iedereen voor die volharding. Ze beloonde de blijvers met een boeiende uiteenzetting over KO(P)P; wanneer klein geconfronteerd wordt met grote problemen’. KO(P)P is volgens Faché hét domein bij uitstek waar kinder-, jeugd- en volwassenenpsychiatrie de brug moeten slaan. Net zoals Prof. Dr. Lemmens wees ze op het belang van betrokken ouders. Uit een steekproef blijkt dat de overgrote meerderheid (13 op 15) kinderen die in de dagopvang of 24u- opvang terechtkomen, minstens 1 ouder met een psychiatrisch probleem hebben. Slechts een zeer kleine minderheid daarvan (1/15) krijgt een antwoord in de vorm van een KO(P)P interventie. Hoe dat komt? Enerzijds vergeet de volwassenenpsychiatrie soms dat hun patiënten vaak ook nog een ouderrol moeten opnemen. Anderzijds durft men in de jeugdzorg de ouders van jonge patiënten dikwijls niet vragen of ze ‘een probleem’ hebben uit schrik voor schuldinductie. Daarbovenop vergeet men kinderen vaak duidelijk te vertellen wat er precies met hun mama of papa aan de hand is. Faché zag op veel terreinen nog marge voor verbetering. Ze stelde enkele hulpmiddelen voor die psychiaters daarin kunnen helpen.

Marburg study
Hoe fout het kán lopen met kwetsbare jongeren, bleek uit de lezing van Prof. emeritus Dr. Remschmidt. De enige buitenlandse professor sprak over jeugdige moordenaars. Hij had het daarbij onder meer over hoe antisociaal gedrag, delinquentie en psychopathologie zich tot elkaar verhouden. Dr. Remschmidt baseerde zich in zijn presentatie op de Margburg adolescent Homicide and violence study. Hij presenteerde indrukwekkend veel cijfers, waaronder statistieken die aangaven dat een opmerkelijk aantal jonge geweldplegers lijden aan een psychiatrische stoornis (84%). Daarnaast bleek de overgrote  meerderheid van de daders bleken jongens te zijn. Nog een opvallende bevinding was dat groepsdruk een belangrijke (versterkende) factor is in het plegen van de moorden. Daartegenover stonden de geruststellende cijfers dat de meerderheid van de onderzochte personen na de feiten een positieve evolutie doormaakte; slechts een kleine minderheid pleegde nadien nog geweld, en niemand van de 114 gevolgde jongeren pleegde achteraf nog een moord. Remschmindt sprak ook nog over de invulling toerekeningsvatbaar – ontoerekeningsvatbaar in Duitsland. Net zoals bij ons blijkt dit in Duitsland geen exacte wetenschap te zijn. Wel hanteert men daar behalve niet en wel toerekeningsvatbaarheid ook een derde categorie: ‘verminderd toerekeningsvatbaar’. Leeftijd, ontwikkelingsstadium en ernst van de feiten spelen volgens hem een voorname rol in het oordeel dat men uiteindelijk velt. In België staat een forensische psychiatrie voor minderjarigen nog in haar kinderschoenen. In Duitsland staan ze dus al wat verder.

Verslaving begint vroeg
De afsluitende lezing werd gebracht door Dr. Van Duyse. Van Duyse werkt sinds 2002 voor De Sleutel en houdt zich bezig met drughulpverlening en drugpreventie. Verslaving is wel degelijk een hersenziekte, vaak van chronische aard, was een van de conclusies in haar gepresenteerde onderzoek. Ze belichtte verslaving uitgebreid vanuit ontwikkelingsperspectief.  Studies tonen aan dat pubertaire ontwikkeling niet alleen hormonaal, maar ook vanuit de hersenen gestuurd wordt. In de puberperiode vindt er immers een rijpingsproces van het puberbrein plaats, met minstens even grote gevolgen als de hormonale ontwikkeling. Tot de leeftijd van 25 jaar is de prefrontale cortex nog niet helemaal ‘matuur’ en domineert het emotionele brein, wat leidt tot risicozoekend gedrag, zonder dat de adolescent de gevolgen daarvan goed kan inschatten. Dat lees je ook in de cijfers. De leeftijd waarop men voor het eerst problematisch middelen gebruikt, ligt in de meeste gevallen zeer laag (tussen de 13 en 19 jaar, met piek op +/- 15 jaar). Dit in tegenstelling tot de leeftijd waarop de eerste hulpvragen voor verslaving gesteld worden. Bij cannabis bijvoorbeeld zit voor 50% van de gebruikers tussen eerste intensieve gebruik en eerste hulpvraag gemiddeld maar liefst 7 jaar. Dat vondt Van Duyse veel te lang omdat het leidt tot een vertraging of stilstand van belangrijke ontwikkelingsprocessen bij adolescenten. “Het is belangrijk te weten dat de meeste verslavingsproblemen van onze patiënten hun oorsprong vinden in de kindertijd”, vatte Dr. Van Duyse samen. “Vroegdetectie is dus heel belangrijk”.

Om de dag af te sluiten vond een interview plaats met Piet Fontaine, alom beschouwd als de oprichter van de kinderpsychiatrie. In een bijwijlen luchtig interview sprak hij over zijn ervaringen in de begindagen van de kinderpsychiatrie. Als pionier in het vak zocht hij aansluiting bij pediatrie, psychologie, sociologie en construeerde voor zijn vak een eigen identiteit, door te kijken naar onze buurlanden en vanuit de kracht van een positief mensbeeld, respect voor het jonge kind en zijn/haar context. Hij heeft ook een belangrijke invloed gehad in de ontwikkeling van de psychodrama opleiding. Een opleiding die voor velen heel belangrijk is geweest, tot buiten onze grenzen. Tot slot is zijn onderzoek naar kinderen en armoede tekenend voor Fontaines’ respect voor de zwakkeren.  Na afloop van het interview kreeg hij een emotioneel en luid applaus van de volledige zaak, en uiteraard vooral van zijn ‘opvolgers’: de huidige generatie kinderpsychiaters.

Achteraf: Dr. De Bruyne: “Leuke locatie, goede organisatie, inhoudelijk sterk. Goed dat de twee verenigingen samenwerken vandaag. Ontmoeting tussen VVP en VVK is positief. Er is immers nog een kloof tussen jongeren en volwassenpsychiatrie. Ontmoeting is belangrijk, in functie van betere afstemming tussen VVP en VVK (jeugd- en volwassenenpsychiatrie). Zeker voor herhaling vatbaar!”





VVP web • Leuvensesteenweg 517 • B-3070 Kortenberg • Tel: 02 758 08 14 • GSM: 0498 54 37 05 • Fax: 02 759 98 78 • info@vvp-online.be