Contact vvp

Nieuws

Psychiatrie niet zwart of wit

16
mrt

"De alles-of-nietsbenadering van toerekeningsvatbaarheid leidt te vaak tot willekeur", schrijven Dr.Philippe Van Peteghem en Dr.Inge Jeandarme, coördinatoren van de sectie forensische psychiatrie(VVP)

In de zaak-Kim De Gelder lag de focus de laatste dagen op het debat over de toerekeningsvatbaarheid. Als men De Gelder ontoerekeningsvatbaar verklaart, is de kans groot dat hij geïnterneerd wordt. In het andere geval wordt hij veroordeeld. In tegenstelling tot in Nederland is er in België geen tussenweg mogelijk. Wij pleiten voor een flexibeler systeem. Een alles-of-nietsbenadering van toerekeningsvatbaarheid leidt immers te vaak tot willekeur.

Geen exacte wetenschap
Psychiatrie is geen exacte wetenschap. Experts verschillen soms van mening. Dat heeft te maken met het democratische rechtsprincipe van tegenspraak, maar ook met het feit dat psychiaters verschillende klemtonen leggen. Zo kan bij dezelfde beschuldigde psychiater A focussen op factoren die antisociaal gedrag verhinderen, terwijl psychiater B net de factoren ziet die antisociaal gedrag in de hand werken. Toch blijkt dat de meerderheid van rapporten min of meer op dezelfde lijn zitten. Er zijn altijd nuanceverschillen, maar slechts zelden compleet tegengestelde visies. Psychiaters zijn het dus vaak minder scherp oneens dan de juridische vertaling van hun evaluaties doet vermoeden.

In een psychiatrische deskundigheidsopdracht beantwoordt de gerechtspsychiater drie vragen: als eerste onderzoekt hij of de verdachte verkeerde in een staat van krankzinnigheid, ernstige geestesstoornis of zwakzinnigheid die hem onbekwaam maakte zijn daden te beheersen op het ogenblik van de feiten. Ten tweede bepaalt de psychiater of de persoon vandaag nog in die toestand verkeert. Tot slot schat de psychiater in of de verdachte vandaag nog een gevaar betekent voor zichzelf of voor de maatschappij.

Als iemands daad het (directe) gevolg is van een psychiatrische stoornis, kan deze daad niet toegerekend worden aan de persoon. Vaak beschouwt men de beoordeling van toerekeningsvatbaarheid als nauw verbonden met het begrip 'vrije wil'. De centrale vraag hierbij is dan of de persoon uit vrije wil handelde of dat een geestesstoornis zijn of haar wilsvrijheid verminderde of helemaal wegnam.

De begrippen vrije wil en toerekeningsvatbaarheid zijn altijd al voer voor discussie geweest, zelfs onder filosofen. Vaak betrekt men in die discussies gegevens uit recent neurowetenschappelijk onderzoek. Maar hoe boeiend de eerste bevindingen over dit hersenonderzoek ook zijn, het blijft op dit moment voor een belangrijk deel nog experimenteel werk. De psychiater neemt dus noodgedwongen zijn toevlucht tot klinisch onderzoek, aangevuld met psychodiagnostisch onderzoek en onderzoek van het gerechtelijk dossier. Na de omschrijving van het ziektebeeld staat de psychiater voor een moeilijke keuze. Ofwel oordeelt hij dat de persoon toerekeningsvatbaar is, ofwel niet. De strikte juridische invulling van het begrip toerekeningsvatbaarheid (ja of nee) laat bij ons geen genuanceerd psychiatrisch oordeel toe.

Niet alleen ons juridische systeem geeft soms aanleiding tot tegenstrijdige diagnoses. Ook de gebrekkige omkadering van gerechtspsychiaters speelt een rol. Er bestaat een acute nood aan opleiding en vorming in de forensische diagnostiek en aan duidelijke kwaliteitsnormen. Voor de complexere gevallen zou een klinische observatie heel waardevol zijn. Uiteraard zou dit voor de overheid een hogere kost met zich brengen. Misschien wringt daar net het schoentje. Vandaag krijgt een gerechtspsychiater 374,36 euro per expertise, ongeacht de werklast die de zaak meebrengt.

Justitie geeft anderzijds de indruk niet gewonnen te zijn voor een ander systeem: zij verkiezen een zwart-witverslag waarmee ze verder kunnen. Sommige onderzoeksrechters hebben bovendien een voorkeur voor deskundigen die keiharde verslagen schrijven.

Nederland
Bij onze noorderburen zou het er even anders aan toe gaan. De Gelder zou een grondige klinische observatie ondergaan. In het Pieter Baan Centrum in Utrecht zou een meerkoppig team van verpleegkundigen, psychologen, juristen en psychiaters hem gedurende zeven weken observeren. Men zou ook grondig en uitvoerig met alle betrokkenen - ouders, familie, leraars - spreken. De uiteindelijk rapportage, uitgevoerd door gedragsdeskundigen, die hiervoor een specifieke opleiding genoten, zou intern uitgebreid geanalyseerd en becommentarieerd worden. Pas daarna zou men een unaniem rapport presenteren, in het geijkte format en met de verplichte risicotaxatie.

De hieruit voortvloeiende toerekenbaarheid kan vervolgens genuanceerd beschreven worden: men heeft de keuze tussen vijf categorieën van toerekeningsvatbaarheid. Conclusie: in Nederland is het niet het één óf het ander. Dat de Nederlanders de mogelijkheid laten iemand verminderd toerekenbaar te verklaren, geeft hen ook de kans om een dader én een straf én een behandelingsmaatregel op te leggen.

Wij pleiten ook voor een systeem met 'glijdende schalen', waarbij men kan kiezen tussen verschillende categorieën van toerekeningsvatbaarheid. Dit systeem is flexibeler en vermijdt dat psychiaters in zwart of wit vervallen, zoals nu het geval is in het proces-De Gelder.

Een nieuwe interneringswet ligt al sinds 2007 klaar. Daarin voorziet men dat deskundigen opgeleid en erkend moeten worden door de minister van Volksgezondheid. De expertise zal ook moeten beantwoorden aan een aantal kwalitatieve criteria. Doel daarbij is tot een soort standaardmodel te komen dat expertise meer coherent maakt. Jammer genoeg werd de wet nog niet gevolgd door uitvoeringsbesluiten, zodat de nieuwigheden vooralsnog dode letter bleven. De wet wordt trouwens gedeeltelijk herschreven.

Met onze vereniging engageren we ons om mee te werken aan modernere criteria over het begrip toerekeningsvatbaarheid en aan een format voor pro-justitia-rapportage. Ook willen we mee nadenken over een opleiding tot rapporteur. Toerekeningsvatbaarheid is niet op te delen in zwart of wit. Een genuanceerd en menselijk oordeel vraagt extra middelen en een 21ste-eeuwse visie op toerekeningsvatbaarheid. Het wordt stilaan tijd dat we het debat daarover ten gronde durven aangaan.

(Opiniestuk verschenen in De Morgen op 16/03/2013)

 

VVP web • Leuvensesteenweg 517 • B-3070 Kortenberg • Tel: 02 758 08 14 • GSM: 0498 54 37 05 • Fax: 02 759 98 78 • info@vvp-online.be